HyperpolyglotHyperpolyglot
← Terug naar blog

Frans leren: de eerlijke gids om te beginnen

Laten we beginnen met goed nieuws dat geen enkel leerboek je als eerste geeft: je kent al honderden Franse woorden.

Restaurant, bureau, garage, paraplu, trottoir, portemonnee, cadeau, niveau, chagrijnig, etage, horloge, jus d'orange. Het Nederlands heeft eeuwenlang uit het Frans geleend, en die woorden zitten allang in je hoofd.

En toch staan Nederlanders na zes jaar schoolfrans in Parijs met hun mond vol tanden.

Want het probleem van het Frans was nooit de woordenschat. Het is de afstand tussen schrift en klank, en die is groter dan bij vrijwel elke andere Europese taal.

Waarom Frans anders moeilijk is

Realistisch: Frans kost ongeveer 600 uur, dezelfde categorie als Spaans of Italiaans, een kwart van wat Japans vraagt. Het hoort bij de toegankelijkste talen voor ons.

Klaar om polyglot te worden?

Begin vandaag met het leren van 55 talen door audio-onderdompeling.

App StoreGoogle PlayWeb-app openen

Maar de moeilijkheid zit op een ongewone plek.

Bij het Spaans lees je een woord en spreek je het goed uit. Bij het Frans lees je beaucoup en zeg je boekoe. Zes van de acht letters verdwijnen.

Dat is het echte nieuws: Frans schrijft een taal uit de 14e eeuw en spreekt er een uit de 21e. De uitgangen zijn in het schrift blijven staan en uit de mond verdwenen.

Praktisch gevolg: je kunt Frans niet al lezend leren. Wie het probeert bouwt een accent dat in Frankrijk niemand verstaat.

De drie dingen die Nederlanders verraden

1. De klemtoon vooraan

Dit is de grootste, groter dan welke r ook.

Nederlands legt de klemtoon op de eerste lettergreep: BROODwinner, WAter. Frans op de laatste: res-tau-RANT, cro-i-SSANT, Pa-RIJS.

Leg je Nederlandse klemtoon op Franse woorden, dan klinkt elk woord fout, zelfs als je elke klank perfect treft. En bijna niemand corrigeert dit, omdat bijna niemand het benoemt.

Sterker nog: Frans benadrukt eigenlijk niet het woord maar de woordgroep. Je zegt niet je VAIS au restaurant, je laat alles doorlopen tot het eind: je vais au restaurant, met de druk helemaal achteraan.

2. De eind-medeklinkers uitspreken

Nederlanders lezen braaf wat er staat. Frans wil dat niet.

De basisregel: medeklinkers aan het woordeinde zwijgen.

Geschreven Gesproken
petit peti
grand gran
vous voe
beaucoup boekoe
Paris pari
comment komã

Ezelsbrug: de medeklinkers die je aan het eind wél zegt, zijn meestal c, r, f, l (als in CaReFuL). avec, bonjour, neuf, il.

En dan de liaison: begint het volgende woord met een klinker, dan wordt de stomme medeklinker wakker. vous êtes klinkt als voe-zet.

3. De nasalen

un, on, en, in. Vier klanken die door de neus gaan, en geen ervan bestaat in het Nederlands.

Je moet ze bewust bouwen. En ze onderscheiden woorden: blanc (wit) en blond (blond) verschillen alleen in de nasaal.

Troost: mis je ze, dan word je verstaan. Het is accent, geen betekenisfout.

Wat Nederlanders cadeau krijgen

Twee dingen waar anderen maanden op zwoegen.

De U. tu, salut, rue. De Franse u is onze uu. Een Engelsman worstelt maanden met tu en zegt hardnekkig toe. Jij hebt die klank sinds je kon praten.

De R. De Franse r is een keelklank, en jouw Gooise r of zachte g zit dicht in de buurt. Je hoeft hem nauwelijks te veranderen. Voor een Spanjaard of Italiaan is dat maandenwerk.

Twee van de beruchtste Franse hordes zijn voor jou geen hordes.

En de grammatica?

Makkelijker dan haar reputatie:

  • Maar twee geslachten (m/v). Nederlands heeft de/het, dus je kent het principe.
  • Geen naamvallen.
  • De zinsbouw is stabiel. Geen werkwoord dat naar het eind schuift, zoals bij ons in bijzinnen.

Wat wél werk is:

  • De werkwoorden. Aller geeft je vais / j'irai / que j'aille. Onregelmatig en frequent.
  • Het geslacht is onvoorspelbaar. Le problème is mannelijk, la table vrouwelijk, en je Nederlandse de/het-gevoel helpt je niet. Dus leer elk zelfstandig naamwoord met zijn lidwoord: niet table, maar la table. Dat is het ene advies dat je meteen moet onthouden.
  • De subjonctif, maar die komt laat.

De val van het schoolfrans

De reden dat je dit leest, ondanks zes jaar les.

Schoolfrans traint lezen, schrijven en rijtjes. Toetsen halen. Het traint niet: uit het niets een vraag beantwoorden terwijl iemand wacht.

Daarom kun je avoir vervoegen en sta je bij de bakker met je mond dicht. Dat is geen falen, dat is precies waar de les op geoptimaliseerd was.

En dan het tempo. Frans plakt alles aan elkaar. Je ne sais pas wordt in het echte leven één klont: chépa. Geen leerboek schrijft dat ooit op, elke Fransman zegt het zo. Jij hebt op dicteersnelheid getraind.

Wat je eerst leert

Niet de vervoegingen. Zinnen die je echt gaat zeggen.

Frans Nederlands
Bonjour Goedendag
Excusez-moi Pardon
S'il vous plaît Alstublieft
Merci beaucoup Hartelijk dank
Je ne comprends pas Ik begrijp het niet
Vous pouvez répéter ? Kunt u dat herhalen?
Vous pouvez parler plus lentement ? Kunt u langzamer praten?
Je voudrais un café Ik zou graag een koffie willen
L'addition, s'il vous plaît De rekening, alstublieft
J'apprends le français Ik leer Frans

Bonjour is in Frankrijk geen beleefdheid, het is verplicht. Een winkel binnenlopen zonder bonjour geldt als onbeschoft, en een flink deel van de reputatie dat Fransen onvriendelijk zijn hangt aan dat ene woord. Zeg het bij binnenkomst. Altijd.

Je voudrais, niet je veux. Je veux un café is correct en klinkt als een bevel. Voor Nederlanders extra relevant: onze directheid vertaalt slecht. "Ik wil een koffie" is hier normaal, in Frankrijk niet.

Het plan

  1. Vanaf dag één: luisteren en hardop nazeggen, vlak achter de audio. Dat heet shadowing, en bij het Frans is het geen optie: de stomme uitgangen, de liaison en de eindklemtoon staan geen van drieën in het schrift. Alleen je oren geven ze je.
  2. Week 2 tot 8: dertig eigen zinnen. Je werk, je bestelling, je reden om er te zijn. Niet die uit het boek over het klaslokaal.
  3. Zelfstandige naamwoorden altijd met lidwoord. la table, nooit table. Vanaf het begin, anders gok je drie jaar lang.
  4. Vanaf week 9: tempo. Neem een zin en varieer één element, hardop en snel: je voudrais un café, je voudrais deux cafés, nous voudrions un café. Zo worden de onregelmatige werkwoorden een reflex in plaats van een tabel.
  5. Nooit stil lezen. Frans in je hoofd lezen traint precies wat in Parijs niet werkt.

Precies daarvoor is de Hyperpolyglot-app gemaakt: je schrijft de zinnen die je leven echt nodig heeft, ze komen terug met de stem van een native, dus met de stomme uitgangen en de liaisons op hun plek, en je herhaalt ze in een lus tot ze zonder nadenken komen. Beschikbaar op iOS, Android en Web.

Veelgemaakte fouten

  1. De klemtoon vooraan leggen. De luidste Nederlandse tongval in het Frans. Hij ligt achteraan.
  2. Eind-medeklinkers uitspreken. beaucoup is boekoe. Ezelsbrug voor de uitzonderingen: CaReFuL.
  3. Frans al lezend leren. Het schrift is 600 jaar oud, de klank niet.
  4. Zelfstandige naamwoorden zonder lidwoord leren. Je de/het-gevoel helpt niet.
  5. Bonjour vergeten. Geen beleefdheid, maar je toegangsbewijs.
  6. Je veux zeggen. Klinkt als een bevel. Het is je voudrais.
  7. Op leerboektempo trainen. Echte Fransen zeggen chépa.
  8. Denken dat zes jaar schoolfrans weg is. Je woordenschat is er. Alleen je mond nog niet.