Het Spaanse alfabet: alle letters en hun uitspraak
Het Spaanse alfabet heeft 27 letters: de 26 Latijnse plus de ñ.
Dat is het hele nieuws, en het is goed nieuws. Geen nieuw schriftsysteem, geen tekens die je nooit hebt gezien. Kun je deze zin lezen, dan kun je Spaanse letters lezen.
Het interessante zit ergens anders: Spaans wordt geschreven zoals het klinkt. Na een half uur spreek je elk Spaans woord correct uit, ook als je geen idee hebt wat het betekent.
En voor een Nederlander is er één ding dat je moet afleren in plaats van leren. Dat is het belangrijkste stuk van dit artikel.
Het alfabet
Letter
Naam
Klinkt als
A a
a
a
B b
be
b, zachter dan bij ons
C c
ce
k, maar th/s voor e/i
D d
de
d
E e
e
e van bed
F f
efe
f
G g
ge
g van goal, maar ch voor e/i
H h
hache
altijd stom
I i
i
ie
J j
jota
onze ch
K k
ka
k (alleen leenwoorden)
L l
ele
l
M m
eme
m
N n
ene
n
Ñ ñ
eñe
nj van oranje
O o
o
o
P p
pe
p
Q q
cu
k (altijd qu)
R r
erre
gerold
S s
ese
altijd stemloos
T t
te
t
U u
u
oe
V v
uve
als b, niet als v
W w
uve doble
w (alleen leenwoorden)
X x
equis
ks
Y y
ye
j
Z z
zeta
th of s, nooit ts
Het belangrijkste: vijf klinkers, en je hebt er zestien
Dit is de alinea die telt.
Leer Spaans met audio van moedertaalsprekers
Je eigen zinnen, ingesproken door moedertaalsprekers, met spaced repetition. Gratis om te beginnen.
Nederlands heeft ongeveer zestien klinkers. Lange, korte, doffe, tweeklanken: maan, man, meen, men, muur, mier, meer, moe.
Spaans heeft er vijf, en elke klinkt altijd hetzelfde, waar hij ook staat:
Klinker
Altijd
a
casa
e
mesa
i
vino
o
como
u
mucho
Dat is goed nieuws en een valkuil tegelijk. Je hoeft geen nieuwe klanken te leren. Je moet de jouwe weglaten.
De Nederlandse gewoontes die je moet afleren:
Geen tweeklanken. Wij maken van een o graag ou en van een e graag ei. In het Spaans is no een korte, zuivere o, niet nou. En que eindigt op een korte e, niet op ei.
Geen doffe e. In het Nederlands slikken we onbeklemtoonde klinkers in: lopen wordt lope. In het Spaans mag dat niet: de laatste e van noche is een volle, heldere e. Elke lettergreep krijgt zijn klinker helemaal.
Verbeter je maar één ding aan je Spaanse uitspraak, doe dan dit. Het valt meer op dan welke rollende r ook.
Jouw cadeau: de J en de G
Hier heb je geluk waar anderen maanden op zwoegen.
De Spaanse J is onze ch.jamón begint met de klank van lachen. De G voor e/i ook: gente klinkt met diezelfde schrapende klank.
Engelsen hebben deze klank niet en worstelen er eindeloos mee. Jij hebt hem al sinds je kon praten. Gebruik hem zonder aarzelen.
En de ñ is onze nj van oranje: España, mañana, niño. Ook gratis.
Let wel op: año betekent "jaar", ano iets heel anders. Het streepje is geen versiering.
De letters die anders werken
H is altijd stom
Altijd. Zonder uitzondering. hola is ola. hotel is otel. hasta is asta.
Voor een Nederlander, die de h wel degelijk uitspreekt, is dit een echte gewoonte om af te leren.
V klinkt als B
Dit verrast iedereen. vino klinkt bijna als bino. De Nederlandse v bestaat niet in het Spaans.
Spanjaarden zelf hebben er moeite mee bij het schrijven: daarom zeggen ze b de burro en v de vaca als ze spellen. Ze horen het verschil niet, want dat is er niet.
C, G en Z hangen af van de volgende klinker
De enige echte regel die je moet leren:
Voor a, o, u
Voor e, i
c = k: casa
c = th/s: cinco
g = g van goal: gato
g = ch: gente
Om een harde g te houden voor e/i schuift men een stomme u ertussen: guitarra is gitarra.
De S is altijd stemloos
casa klinkt met de s van huis, nooit met de zoemende z van zee. Nederlands wisselt hier; Spaans niet.
Spanje of Latijns-Amerika?
Eén verschil telt echt: de c voor e/i en de z.
In Spanje: een Engelse th. gracias is grathias, Barcelona is Barthelona.
In Latijns-Amerika: gewoon een s. Grasias, Barselona.
Allebei correct. Kies op basis van waar je heen gaat, en blijf erbij: je oor heeft één referentie nodig.
De rollende R
De r wordt gerold met de tongpunt, en er zijn twee sterktes:
Enkele r tussen klinkers: kort, één tik. pero (maar)
Dubbele rr of r aan het woordbegin: lang gerold. perro (hond), rojo (rood)
pero en perro verschillen alleen daarin. "Maar" en "hond".
Dit is wél werk: je Gooise r zit achter in de keel, en de Spaanse vooraan. Maar als je het niet kunt: je wordt gewoon verstaan. Het is een accentkenmerk, geen begripsprobleem. Oefen het, maar stel je spreken er niet voor uit.
De val: voorlezen is niet spreken
En nu het deel dat telt.
Omdat het Spaanse alfabet eerlijk is, kun je na een half uur elk woord correct voorlezen. Dat voelt als grote vooruitgang.
Dan sta je in Madrid, iemand vraagt je iets op normale snelheid, en er komt niets.
Want letters in klanken omzetten is niet hetzelfde als een zin uit het niets maken terwijl iemand wacht. Het eerste is in het Spaans heel makkelijk. Het tweede is net zo moeilijk als in elke andere taal.
Het alfabet is een half uur. Neem dat half uur, stop er dan mee, en begin zinnen hardop te zeggen.
Wat je in plaats daarvan doet
Dat half uur: het alfabet. Klaar. Het komt niet terug.
Daarna: luisteren en direct hardop nazeggen. Vlak achter de audio, in hetzelfde ritme. Dat heet shadowing, en het traint wat het alfabet niet kan: de korte klinkers, het tempo, het aan elkaar plakken.
Je eigen zinnen, niet die uit het boek. Je werk, je bestelling, je reden om er te zijn.
Herhalen tot de pauze weg is. De pauze is het vertalen in je hoofd.
Precies daarvoor is de Hyperpolyglot-app gemaakt: je schrijft de zinnen die je leven echt nodig heeft, ze komen terug met de stem van een native, en je herhaalt ze in een lus tot ze vanzelf komen. Beschikbaar op iOS, Android en Web.
Veelgemaakte fouten
Klinkers verslepen of verdoffen. De grootste Nederlandse tongval, groter dan de r. Kort en droog.
Tweeklanken maken.no is no, niet nou.
De V als een v uitspreken. Het is een b.
De h uitspreken. Nooit. In geen enkel woord.
Het streepje weglaten.año en ano zijn niet hetzelfde woord.
Wachten op de rollende r voor je praat. Het is accent, geen obstakel.
Spanje en Latijns-Amerika mengen. Allebei goed, maar je oor heeft één referentie nodig.
Voorlezen met spreken verwarren. Voorlezen is dat half uur. Spreken is de rest.